Op zaterdag 7 september jl. vond in Zeist de jaarlijkse Netwerkdag van onze beroepsvereniging  (BVMP) plaats. Ik heb die gelegenheid aangegrepen om in mijn workshop met collega’s te praten over de trends in leren en de betekenis hiervan voor MZ-opleidingen. De opbrengst  van deze workshop deel ik graag met jullie.

Veranderende visie op leren

De wereld om ons heen verandert in een snel tempo. Dit heeft gevolg voor organisaties en de manier waarop we werken. Ook onze opvatting over leren verandert mee. De huidige visie op leren  gaat uit van: een sterke zelfsturing, leren in de context en leren in verbinding (samen) met anderen. De huidige stand van de techniek biedt hiervoor de ideale voedingsbodem. Je kunt leren waar en wanneer je maar wilt. We halen informatie zelf op van internet en kunnen wereldwijd met anderen communiceren om kennis en ervaringen uit te wisselen. Het schoolse leren raakt uit en learning on the job en leren in kenniskringen is in.

Steeds meer wordt leren direct aan de taken op het werk  gekoppeld.  Er vindt een verschuiving van extern leren (de traditionele vorm van training) naar intern leren plaats. Ook bestaat er een grote diversiteit in leren/leermiddelen:  e-learning, blended learning, action learning,werkplekleren, gaming,enzovoorts.

Trends in leren en de medezeggenschap

In de workshop bleek dat de meeste collega’s al “nieuwe” vormen van leren inzetten. E-learning (blended learning) en gaming worden met name genoemd. We stelden ook  vast dat  medezegggenschappers zelf via diverse kanalen informatie kunnen krijgen en hun kennis onderling kunnen uitwisselen. Denk aan de platforms voor medezeggenschap, de discussiefora op internet, en  kennis die wordt opgedaan bij informatiedagen en congressen. Er werd ook door de collega’s een toenemende behoefte aan kortere cursussen, advisering en coaching gesignaleerd. De standaard tweedaagse training lijkt op zijn retour te zijn. Deze trends lijken dus niet alleen het gevolg van de afschaffing van de GBIO subsidie of de economische crisis te zijn.

Wat betekent een en ander voor de rol van de MZ opleider?

De collega trainers zien hun huidige rol als opleider ook veranderen. In de toekomst zal nog meer maatwerk geleverd moeten worden. Ook werd het belangrijk gevonden in te spelen op OR leden die mondiger zijn en die ook anders willen leren dan hun voorgangers.  Een mooie beschrijving van de toekomstige rol vond ik zelf: “de trainer als regisseur van het leer- en ontwikkel proces van de OR”.

Enkelen meenden dat specialisatie binnen het vakgebied de toekomst heeft. Voor expertise die niet in huis is moet dan samengewerkt worden met collega trainers uit het persoonlijk netwerk. Weer anderen vonden het juist een beter idee dat de trainer de OR op een zo breed mogelijk terrein begeleidt als coach/adviseur en opleider, misschien zelfs vanuit de functie van ambtelijk secretaris.  Slechts bij heel specifieke vragen zou dan een specialist moeten worden ingeschakeld.

Als belangrijke competenties voor de trainer 2.0 werden door collega’s genoemd: nog meer kennis van de branche van de klant en van het MZ vak, flexibiliteit, verbinden (samenbrengen), creatief zijn, en inspireren. Als uitdaging zag men tot slot zaken als: grip houden op de scholingsbehoeften van de medezeggenschap; continuïteit creëren in kennis en ervaring in de OR; leren leuk houden en werken aan permanente ontwikkeling.

En wat vindt de medezeggenschap zelf?

Interessant zou zijn ook de medezeggenschappers zelf eens aan het woord te laten over hoe zij tegen leren en ontwikkelen anno 2013 aankijken. Hoe zien zij de rol van een trainer/opleider in hun ontwikkeltraject?  Ik nodig de medezeggenschappers dan ook van harte uit om hun ideeën hierover met mij te delen in de vorm van een reactie op deze blog.